Citytrip Berlijn

Citytrip BerlijnMarjolijn Uitzinger, Citytrip Berlijn
ISBN 978 90 445 2606 6, prijs € 18,95
ISBN 978 90 445 2607 3, (E-boek) € 14,99
april 2013

____________________________________

[fragment]

‘Waar was u eigenlijk, Herr Dungelman, vorige week in de nacht van donderdag op vrijdag?’, vroeg Frau Wagner.

Oles mond viel open van verbazing. Naar de uitdrukking op mijn eigen gezicht kon ik slechts raden. ‘Ik? Gewoon thuis, in bed. Hoezo?’

‘Kan iemand dat bevestigen? Uw vrouw?’

‘Nee, dat kan ze niet’, zei ik geïrriteerd. ‘Mijn vrouw had nachtdienst in het hotel, bij de receptie. Om een uur of elf heb ik haar nog gebeld en ik was al vertrokken toen ze thuiskwam, want ik moest om half zeven op Tegel zijn.’

‘Hebt u van huis uit gebeld, ’ s avonds? Op uw vaste lijn of met uw mobiele telefoon?’

Wat wilde ze toch, met haar vragen? ‘Ja, vanuit huis, maar ik weet niet meer met welk toestel. Soms bel ik voor het gemak met de mobiele telefoon, omdat het nummer daar in het geheugen staat. Bij de U van Ursula. Zo heet mijn vrouw namelijk.’

Mijn sarcasme liet haar koud. Zakelijk concludeerde ze: ‘Goed, dat gesprek kunnen we natrekken. Maar dat betekent wel dat niemand kan bevestigen dat u die bewuste nacht thuis hebt doorgebracht.’

Ole trok zijn wenkbrauwen op en zei ongeduldig: ‘Waar gaat dit over? U doet net of hij een verdachte is.’

‘Laat ik het zo zeggen, we hebben aanwijzingen die een nieuw licht op de zaak werpen’, zei Frau Elisabeth Wagner opgewekt. Ze keek mij aan. ‘Ik wens u smakelijk eten, maar maakt u het niet te lang; het zou goed zijn als u straks even meegaat naar het bureau. Ik wacht hier wel.’

Wel verdomme. Ik stond zo bruusk op dat mijn stoel bijna omviel. ‘Dan ga ik nu meteen maar mee, want trek in een wagyusteak heb ik allang niet meer.’

Ole keek ongelukkig. Ik zei berustend: ‘Bestel mijn rund maar af, Bolle. Maar je mag ’m ook opeten. Wat je wilt. Ik geef wel een belletje als ik klaar ben.’

Achter de auto van Frau Wagner aan reed ik naar West-Berlijn. Nadat we het Landwehrkanaal waren overgestoken kwamen we terecht in het ongezellige deel van Tiergarten en parkeerden op de Keithstrasse, bij het ‘bureau’, oftewel het sombere, monumentale gebouw van het Landeskriminalamt. In een kaal kamertje kreeg ik een kop niet al te warme koffie. De politieman die me begeleidde liep weg en sloot de deur. Ik begon me steeds onbehaaglijker te voelen. Het was duidelijk dat er iets mis was, maar ik wist van niets en bovendien had ik honger. De gedachte aan de malse steak deed me watertanden. Een gemiste maaltijd – daar kreeg ik altijd een slecht humeur van.

Zouden ze me stiekem zitten te bekijken, via een camera? Ik keek eens rond en naar boven, maar ik kon geen lens ontdekken. Ik slurpte wat van de koffie en besloot me maar niet verder op te winden.

Elisabeth Wagner kwam binnen met een laptop, en zette die voor me neer. Op het scherm was het fotoprogramma Picasa geopend. Ik zag talloze rijen met kleine kleurige plaatjes.

‘Wat moet ik hiermee?’ vroeg ik nors.

‘Dit is de laptop van Nathalie Klaver’, zei Elisabeth Wagner.

‘Na und?’

‘Kijkt u eens goed. En nergens aankomen.’

Met tegenzin liet ik mijn ogen snel langs de beelden glijden. Onmiskenbaar het meisje van de pasfoto, in betere tijden. Onder een parasol op een terras. Bij een kerk. Een pleintje, zo te zien iets Toscaans, beelden van een kerk onder een staalblauwe lucht, een wijngaard. Nathalie op een zeilboot en wandelend in een jachthaven.

Toen zag ik het opeens. Godsamme!

Mijn eigen lachende gezicht. Twee portretjes. De felle zon scheen op mijn haar, dat bijna wit leek, ik had mijn zonnebril omhooggeschoven tot de haargrens en mijn ogen keken vrolijk in de lens. Op de andere foto keek ik om naar de fotograaf. Ik kende geen van beide foto’s.

Ik keek op. Frau Wagners blik was ondoorgrondelijk.

Met moeite hield ik mezelf in bedwang. ‘Wat heeft dit te betekenen, bitte?’

‘Dat zouden wij ook graag willen weten.’

Ik hief mijn handen in de lucht. ‘Het spijt me zeer, maar ik weet niet waar die foto’s vandaan komen. Ik heb helemaal nooit contact gehad met Nathalie Klaver.’

‘Hoe verklaart u dit dan?’ De zware stem bleef beleefd klinken.

‘Ik heb geen idee. Het is onmogelijk.’

Er viel een stilte. Ik keek nog maar eens naar de foto’s, ze waren niet helemaal scherp, het leek alsof ze waren uitgesneden uit een groter geheel. Recent waren ze niet, mijn haar was te lang.

Met stelligheid zei ik: ‘Die computer is gemanipuleerd.’

‘Door wie?’

Door de politie, was ik bijna uitgevallen, dan hebben jullie tenminste een verdachte om aan je meerderen te kunnen rapporteren. Maar ik hield me in. Jullie kunnen me niets maken, dit bewijst niks.

‘Dat weet ik niet. Iemand die er belang bij heeft mij zwart te maken.’

Frau Doktor Wagner bestudeerde mijn gezicht.

‘Kent u die foto’s?’ vroeg ze toen. ‘Hebt u ze weleens eerder gezien, weet u wie ze gemaakt heeft?’

Ik keek nog eens goed, maar ik wist zeker van niet.

‘Die computer is gemanipuleerd, zegt u. Kan het zijn dat u dat zelf gedaan hebt?’

Ik staarde haar aan. ‘Ik zelf? Wat bedoelt u?’

‘Er zijn geen andere sporen van u te vinden op deze computer, geen mails, geen chatberichten, niets. Alleen deze twee portretjes. Maar het kan zijn dat er meer foto’s waren, Herr Dungelman. Wij houden het voor mogelijk dat u de andere sporen en andere foto’s hebt gewist en deze eenvoudigweg over het hoofd hebt gezien.’

‘Maar dat is toch de omgekeerde wereld!’ Ik sloeg met mijn vlakke hand op tafel. ‘Als er verder niets te vinden is, pleit dat ervoor dat ik onschuldig ben, zou ik zo zeggen – maar u weet het zo te draaien dat mij dat juist extra verdacht maakt … dat is absurd!’

Daar ging ze niet op in. ‘Uit de gegevens die we van de telefoonmaatschappij hebben gekregen blijkt dat Nathalie een week voor haar vertrek naar Berlijn een paar keer met het hotel heeft getelefoneerd.’

‘Dat lijkt me logisch, ze moest toch een kamer reserveren? Belde ze met het centrale nummer of met mijn doorkiesnummer?’ vroeg ik boos.

‘Met het centrale nummer.’

‘Nou dan. Daar lijkt me niets verdachts aan.’

‘Dat bepalen wij’, zei Elisabeth Wagner kortaf. ‘We weten niet of ze naar u gevraagd heeft, want dat kon men zich aan de receptie niet herinneren. We hebben uw computers in beslag genomen, zowel op kantoor als thuis, en die zullen we grondig onderzoeken.’

Het duizelde me. Dit ging wel erg snel allemaal. ‘Hoe bent u mijn huis binnengekomen?’

‘Uw vrouw is met ons meegegaan. We hadden een bevel tot huiszoeking.’

Shit. Ik had heel wat uit te leggen als ik thuiskwam, en het was geen makkelijk verhaal. Ursula moest me geloven. En dat zou ze ook doen. Ze was mijn vrouw en ze vertrouwde me.

‘Hebt u haar verteld waar het om ging?’

‘Nee. Maar ik raad u aan open kaart te spelen. Met uw vrouw, en met ons.’

Bedankt voor het advies, trut, dacht ik woedend. Maar ik beheerste me opnieuw. ‘Ik speel open kaart, maar ik weet werkelijk van niets. Onderzoekt u alles grondig, Frau Wagner, en dan zult u wel zien dat ik de waarheid spreek.’

In een impuls had ik bijna aangeboden DNA af te staan om mijn onschuld te bewijzen, maar als ze dat wilden hebben zouden ze er wel om vragen. Bovendien, iemand was bezig me een verdomd vervelende streek te leveren en wie weet hoorde een vervalst DNA-spoor daar ook wel bij.

‘Wanneer krijg ik mijn computers weer terug?’

‘Dat hangt ervan af of we iets vinden.’

‘Mag ik een afdrukje van die twee foto’s? Mogelijk weet mijn vrouw waar ze gemaakt zijn, en door wie.’

‘Dat lijkt me niet bezwaarlijk.’ Frau Wagner keek op haar horloge. ‘Vijf voor half tien. We laten het hierbij, voor dit moment. Mijn collega maakt even een printje. U kunt nog terug naar de Grill Royal. Eet smakelijk.’

Terug naar boven