Het einde van de onkreukbare Angela

(20.10.2013)

In het midden van de jaren zeventig was ik politiek verslaggever voor Het Vrije Volk en hield me onder meer bezig met Verkeer en Waterstaat. Tjerk Westerterp (KVP) was de verantwoordelijke minister in het toenmalige kabinet-Den Uyl, en een van zijn politieke speerpunten was de verplichte autokeuring. De discussie over zijn voorstel liep hoog op, vooral omdat de minister onafhankelijke keuringsstations wilde laten bouwen, terwijl een Kamermeerderheid ervoor pleitte de bestaande garagebedrijven de keuring te laten uitvoeren, bijvoorbeeld in combinatie met een onderhoudsbeurt. Onze krant (ik dus, want zo ging het bij Het Vrije Volk) zat op de lijn van de minister, onder het motto: je moet de slager niet zijn eigen vlees laten keuren. Dus ik schreef pittige stukjes op de opiniepagina.

In de week van het Kamerdebat werd ik benaderd door een delegatie van de Bovag. Drie of vier heren in nette pakken zaten met mij aan de koffie in het restaurant van de Tweede Kamer, waar ze beleefd doch dringend op mij inpraatten: Westerterps zienswijze, en dus de mijne eveneens, was zo fout als het maar zijn kon. Garages konden het beter en vooral goedkoper, keuringsstations waren dure onzin, de automobilist zou de dupe zijn. Ik luisterde beleefd, zei dat ik niet overtuigd was, maar dat ik erover na zou denken. Daarmee was het gesprek bijna ten einde.

De heren keken mij glimlachend aan en een van hen zei: Maar u hebt toch ook weleens een nieuwe auto nodig? Er viel een rare stilte, ik begreep niet wat dat met de keuringen te maken had, dus ik herhaalde een beetje dom: Een nieuwe auto? De glimlach van de spreker werd nog breder, bijna vaderlijk. We kunnen elkaar toch van dienst zijn, zei hij, en de andere heren knikten mij bemoedigend toe. Dat denk ik niet, zei ik, maar bedankt voor de koffie. En ik stond op. In de krant bleef ik pleiten voor de keuringsstations, VVD en PvdA voor de garages (ook koffie gedronken met de Bovag?) en uiteindelijk trok Westerterp zijn voorstel in.

Ik moest er deze week opeens aan denken. Het onkreukbare imago van Angela Merkel heeft op zijn minst een flinke deuk opgelopen; misschien ten onrechte, maar ze heeft wel de schijn tegen. Want juist in de week dat bekend werd dat de familie Quandt, grootaandeelhouder van BMW, bijna zeven ton aan Merkels CDU cadeau had gedaan, haalde Duitsland een Europees voorstel onderuit om de CO2-uitstoot van auto’s aan scherpe grenzen te binden. Over dit voorstel wordt al maanden vergaderd door de Milieuministers, en in juni was een compromis bereikt: vanaf 2020 mogen auto’s in Europa nog maar 95 gram CO2 per kilometer uitstoten. Iedereen tevreden, de CDU pochte in de verkiezingscampagne op haar milieuvriendelijkheid. Maar afgelopen maandag haalde minister Peter Altmaier (CDU) in Luxemburg opeens een streep door de rekening: de normen waren te streng om op zo korte termijn ingevoerd te worden, het voorstel moest van tafel. Zijn Europese collega’s waren verbijsterd over deze plotselinge koerswijziging.

Natuurlijk legden de media een rechtstreeks verband met de gulle gave van de BMW-familie, hoewel alle commentatoren er voorzichtigsheidshalve aan toevoegden dat Merkel toch echt niet corrupt is. De familie Quandt verklaarde dat men nu pas de schenking heeft gedaan, omdat men de verkiezingscampagne niet wilde beinvloeden. En de CDU wijst erop dat men de gift zelf heeft gemeld bij de Bondsdag, zoals de wet voorschrijft. (Een wonderlijk argument, trouwens.) Mij zelf viel op dat Altmaier, doorgaans zeer goede maatjes met de pers, na afloop van de Luxemburgse bijeenkomst ongewoon geirriteerd antwoord gaf op kritische vragen. Hij zei zoiets als: wees blij dat ik gekomen ben om u te woord te staan, er zouden ook ministers zijn geweest die nu helemaal niet waren verschenen.

`Angie´ zit nu een moeilijk parket, en in spotprenten en satyrische televisieprogramma’s krijgt ze de wind van voren. Er gaan stemmen op om het Duitse verzet tegen de CO2-regeling op te geven, zodat ze haar geloofwaardigheid terug kan winnen en kan laten zien dat ze niet aan de leiband van de autolobby loopt. Er zijn per slot nog geen definitieve beslissingen gevallen, dus het is een mogelijkheid. Maar wat Merkel ook besluit, ze heeft altijd de schijn tegen. Een nieuwe koerswijziging is een schuldbekentenis, en volharden in de afwijzing duidt op een tegemoetkoming aan de autoindustrie die natuurlijk gruwt van dergelijke regelgeving.

Die autolobby heeft overigens veel meer toegang tot het Bundeskanzleramt dan alle andere Duitse bedrijfstakken, zoals Der Spiegel deze week haarfijn heeft uitgezocht. En alsof dit allemaal nog niet genoeg is, treedt een belangrijke adviseur van Merkel volgende maand in dienst van Daimler: Eckart von Klaeden, tot eind september `Staatsminister´ bij de Bondskanselier, wordt bij dit concern op 1 november cheflobbyist. Hij kent alle gangen en alle koffiekamers op het Kanzleramt. Die nauwe verwevenheid roept nog meer vragen op.

De CDU heeft al eens een dramatisch corruptieschandaal beleefd, in de jaren negentig, en er zal Merkel alles aan gelegen zijn een nieuwe affaire te vooorkomen. De oplossing ligt voor de hand. Je kunt je afvragen waarvoor die schenkingen nu eigenlijk nodig zijn. De politieke partijen (en dat zijn er niet zoveel in Duitsland, vanwege de kiesdrempel) krijgen bij elkaar 150 miljoen per jaar. Dat is niet niks. Waarom zou je geen plafond aan particuliere giften stellen? Van 10.000, of voor mijn part 50.000 euro? Ook daarover woedt nu een discussie. Mij lijkt dat de voorstanders van zo’n plafond gelijk hebben. Dan vermijd je deze onaangenaam ruikende liaisons, kan iedereen in vrijheid beslissingen nemen en hoeft Merkel niet na te denken over manieren om haar blazoen te zuiveren.

Terug naar boven