Hoe sterk is rechts in Duitsland?

(24-01-2017)

Geert Wilders glunderde. Hij werd serieus genomen, toegejuicht, afgelopen weekend in Koblenz, waar de Europese rechtspopulisten bijeenkwamen om over de toekomst te dromen. Soulmates zijn ze, Frauke Petry van de AfD (Alternative für Deutschland), Marine Le Pen uit het land van vrijheid, gelijkheid en broederschap, en onze eigen Geert. Verenigd in hun haat tegen Europa en de vluchtelingenpolitiek van Angela Merkel. Merkel muss weg, was het motto van de spreekkoren in de zaal. Geert schreeuwde lekker mee. Minder Merkel.

Populistisch rechts heeft de wind in de zeilen, aangeblazen door Donald Trump. Ook al een soulmate. Die heeft de verkiezingen gewonnen, en dit voorjaar zal blijken of PVV en Front National eveneens electorale triomfen gaan vieren door de meerderheid te halen (PVV) of de nieuwe president te leveren, in de persoon van Marine Le Pen. Wilders minister-president, Frauke Petry de nieuwe bondskanselier en Le Pen for president – de toehoorders gingen uit hun dak.

Even met de benen op de grond. De Duitsers gaan pas in september naar de stembus en een aardverschuiving is hier niet te verwachten. Want de Duitse christendemocraten en sociaaldemocraten gaan weliswaar flink verliezen, maar kunnen nog steeds rekenen op een (krappe) meerderheid, en de kans dat de AfD mee mag doen aan een nieuwe regering is nul. Niemand wil samenwerken met een club waarvan de leiders opvallen door de meest bizarre uitspraken: dat er geschoten dient te worden op moeders met kinderen aan de grens, en dat het maar eens uit moet zijn met de Duitse herinneringscultuur, die ertoe heeft geleid dat er middenin Berlijn een `Denkmal der Schande´ is…. in welke grote stad ter wereld vind je dat?

De meerderheid van de Duitse bevolking heeft nog steeds veel vertrouwen in Angela Merkel als bondskanselier en het moet wel heel raar lopen, wil zij niet ook de komende vier jaar in het Kanzleramt zitten. Maar de AfD kan volgens de jongste peilingen wel uitgaan van zo’n 15 procent van de stemmen en daarmee scoren de populisten hoger dan de Groenen, de liberalen (FDP) en de oud-communisten van Die Linke. Meer partijen zitten er niet in de Bondsdag, want de kiesdrempel van 5 procent houdt veel partijtjes buiten de deur.

Wie zijn die AfD-kiezers, waar komen ze vandaan? De Berliner Morgenpost liet het onderzoeken aan de hand van de verkiezingsgegevens van alle 11.000 gemeenten. Hoeveel procent stemde tot op heden op populistisch rechts (AfD), hoeveel op extreem-rechts (zoals de neonazipartij NPD en de Republikaner) en hoeveel procent op de gevestigde partijen?

De grote steden zijn natuurlijk altijd blikvanger. Wie denkt dat het van oudsher rode Berlijn beter uit de bus komt dan het conservatieve München komt al meteen bedrogen uit. In Berlijn scoorde populistisch rechts door de jaren heen 5,5 procent en extreemrechts 2,1 procent, terwijl de gevestigde partijen 86,5 procent van de stemmen binnenhaalden. In München is dat resp. 5,2 procent, 0, 5 en 88,1. Een stad als Dresden, bekend van de Pegida-wandelingen en de jaarlijkse neonazidemonstraties, zit alweer wat hoger aan de rechterkant (7,4 voor de AfD en consorten, 2,8 voor extreeemrechts) maar toch nog altijd een fatsoenlijke 83,8 procent voor de gevestigde partijen.

De Morgenpost bekeek in hoeverre de kiezersgunst overeenkomt met wat men aan de borreltafel zoal beweert. Bijvoorbeeld: in Oost-Duitsland zijn de rechtse partijen altijd al sterker geweest. Dat klopt niet, na de val van de Muur in 1989 kregen de rechtse partijen nauwelijks een poot aan de grond. Pas tien jaar later veranderde dat beeld en werd rechts populairder (in totaal ruim 7 procent), maar pas in 2013 zorgde de AfD zowel in Oost- als West-Duitsland voor stemmenwinst bij rechts: in totaal 9 procent in Oost-Duitsland en bijna 6 procent in West-Duitsland. Onder Angela Merkel, die in 2005 aantrad, is overigens een duidelijke ruk naar rechts te bespeuren in een groot aantal regio’s.

Op het platteland (gemeenten met minder dan 5000 inwoners) werd van oudsher vaker rechts gestemd dan in de grote steden. Maar de AfD heeft het stemgedrag gelijk getrokken: in 2013 haalde deze partij 4 procent in de grote steden en 4,5 procent in de kleine dorpen. En wie denkt dat rechts vooral bloeit in gebieden met veel buitenlanders heeft het mis: het is eerder omgekeerd. In 2013 was de kieskring Sächsischer Schweiz-Osterzgebirge de enige in heel Duitsland waar extreemrechts de kiesdrempel van 5 procent haalde, terwijl buitenlanders daar anderhalf procent van de bevolking uitmaken, dus je moet echt je best doen om er eentje tegen te komen. In het Beierse Starnberg daarentegen was de verkiezingsuitslag voor extreemrechts het laagste van de hele Bondsrepubliek, namelijk 0,3 procent, terwijl meer dan tien procent van de plaatselijke bevolking uit het buitenland komt.

Extreemrechts heeft het nooit tot de Bondsdag geschopt, alleen tot regionale vertegenwoordigingen, die doorgaans al snel na hun aantreden de interesse voor bestuursaangelegenheden verliezen door interne ruzies en gebrek aan capaciteiten. Maar de AfD, die bij de vorige Bondsdagverkiezingen net niet de kiesdrempel wist te halen, gaat nu een glorieuze intocht in het parlement maken, dat staat vast. De partij heeft al in 4700 gemeenten, verspreid over het land, zetels weten te bemachtigen. En dat was in de tijd dat er nog geen sprake was van een vluchtelingenprobleem. De rechtspopulisten komen aan de bak, ook in Duitsland, maar hun succes blijft vooralsnog bescheiden.

Terug naar boven