In Duitsland gaat het Europese licht uit

(17.09.2012)

Het kon niet uitblijven: de pro-Europese stemming in Duitsland is aan het kantelen. Tweederde van de Duitsers heeft genoeg van de Euro en kijkt voor het eerst sinds 1945 zeer sceptisch naar Europa, zo blijkt uit een onderzoek van de Bertelsmann-Stichting, een wetenschappelijk instituut waarvan onze landgenoot Aart-Jan de Geus voorzitter is. Het onderzoek dateert van begin juli en het biedt geen vrolijk beeld. Volgens 49 procent van de ondervraagden doet de regering-Merkel er beter aan niet langer als trekpaard op te treden van de economische en politieke eenwording van Europa, maar liefst 65 procent denkt dat men beter af was toen de D-mark nog bestond en slechts 21 procent is blij met de euro. Bijna de helft ziet Europa als een bedreiging voor de sociale stabiliteit.
Dat zijn zorgelijke uitkomsten voor bondskanselier Merkel, maar zijzelf zal er niet werkelijk door verrast zijn. Ze kent haar pappenheimers en hun gevoeligheden. Door de open grenzen wordt de arbeidsmarkt overspoeld met goedkope arbeidskrachten uit de voormalige oostbloklanden en dat leidt tot onvrede. De democratie, in Duitsland zozeer gekoesterd na de verschrikkingen in het verleden, komt door Europa onder druk te staan. Steeds meer bevoegdheden gaan sluipend over van Berlijn naar Brussel, effectieve democratische controle ontbreekt en de burger staat machteloos langs de zijlijn te kijken.

Tegelijkertijd worden allerlei bepalingen uit de Europese Verdragen bij het oud vuil gezet. Voor de deugdzame Duitsers, die dol zijn op regels en handhaving daarvan, is dat een ware nachtmerrie. De economische kracht van Duitsland wordt in hun ogen ondermijnd. Vooral de Europese Centrale Bank wordt als zeer onbetrouwbaar gezien, ECB-president Draghi als een losbol en Jens Weidmann, de president van de Bundesbank, als het prototype van een roepende in de woestijn, een beeld waarmee steeds meer Duitsers zich gaan vereenzelvigen.

Politiek heeft Merkel niet veel te vrezen, want de kiezers hebben weinig mogelijkheden om hun onvrede tot uiting te brengen. Een Wilders-achtige partij kent Duitsland niet en de enige echte anti-Europese partij is die van de voormalige communisten, die Linke, een van de klagers bij het constitutionele Hof tegen het noodfonds ESM, maar geen politieke kracht van betekenis. De andere grote partij naast CDU/CSU is de SPD, maar de sociaal-democraten liggen wat Europa betreft in feite geheel op de koers van Merkel. Het duurt nog een jaar voordat de stemlokalen opengaan en in dat jaar kan veel gebeuren, maar nu al wordt in de media volop gespeculeerd over een grote coalitie van christendemocraten en sociaaldemocraten, hoewel beide partijen zo’n samenwerking op dit moment in alle toonaarden afwijzen.

Merkel heeft al in een vroeg stadium gezegd dat ze door wil gaan als bondskanselier – en wie kan haar tegenhouden. Maar ze loopt wel op tegen weerstand binnen haar partij: de Beierse CSU onder leiding van Horst Seehofer staat behoorlijk kritisch tegenover Europa. Seehofer is haar luis in de pels en heeft onlangs zelfs het idee gelanceerd van een referendum over drie Europese onderwerpen: de hulp aan zwakke landen, het overdragen van nationale bevoegdheden aan Brussel en de opname van nieuwe lidstaten in de EU. Dat zie ik er nog niet zo snel van komen, zeker niet met dit opinie-onderzoek op de achtergrond. Maar Angela Merkel zal wel iets moeten doen om de burgers het vertrouwen in Europa terug te geven. Een zo sterk afbrokkelend draagvlak in de bevolking vormt immers een gevaar voor haarzelf, voor Duitsland en voor Europa.

Terug naar boven